Het juridisch loket van de Koninklijke CVAH heeft n.a.v de extreme warmte gereageerd op enkele verzoeken om advies over de openings- sluitingstijden voor de markten onder de gegeven omstandigheden. Enkele gemeenten lasten zelfs markten volledig af. Daarover heeft de Koninklijke CVAH vragen gesteld.
‘Naar aanleiding hiervan wil de CVAH graag het volgende onder uw aandacht brengen. Allereerst merken wij op dat een volledige afgelasting van een markt een ingrijpende maatregel is, die voor marktondernemers verstrekkende financiële en organisatorische gevolgen heeft. Juist daarom mag van de gemeente worden verwacht dat een dergelijk besluit zorgvuldig wordt voorbereid, deugdelijk wordt gemotiveerd en schriftelijk wordt vastgelegd, zodat dit besluit toetsbaar is en ondernemers daartegen, indien nodig, rechtsmiddelen kunnen aanwenden.
Wij zijn ons ervan bewust dat veel marktverordeningen het college de bevoegdheid geven een markt tijdelijk af te gelasten, te verplaatsen of anderszins te wijzigen indien dit noodzakelijk is vanwege dwingende redenen van algemeen belang, zoals de bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. Dat uitgangspunt onderschrijft de CVAH vanzelfsprekend. De veiligheid en gezondheid van ondernemers, medewerkers, bezoekers en omwonenden dienen te allen tijde voorop te staan.
Deze bevoegdheid betekent echter niet dat een markt bij iedere weerswaarschuwing zonder meer volledig kan worden afgelast. Ook wanneer een beroep wordt gedaan op een dwingende reden van algemeen belang, blijft het college gehouden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen. Op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bestuursorgaan de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Daarnaast bepaalt artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht dat de rechtstreeks bij een besluit betrokken belangen zorgvuldig moeten worden afgewogen en dat de nadelige gevolgen voor belanghebbenden niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Dit brengt naar onze mening met zich mee dat niet uitsluitend dient te worden gekeken naar de afgegeven weerscode of de weersverwachting, maar tevens naar de vraag of met minder verstrekkende maatregelen hetzelfde veiligheidsdoel kan worden bereikt. Een volledige afgelasting van de markt behoort daarom het uiterste middel te zijn en dient pas aan de orde te komen indien objectief kan worden vastgesteld dat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende bescherming bieden.
Binnen de ambulante handel is hiervoor reeds een hitteprotocol ontwikkeld, dat tot stand is gekomen in samenwerking met onder meer de Koninklijke Nederlandse Slagers, Nederlandse Visspecialisten, de Poeliersbond en de CVAH. Dit protocol gaat nadrukkelijk uit van maatwerk, overleg en proportionaliteit. Zo wordt onder meer geadviseerd de weersverwachting als uitgangspunt te nemen, rekening te houden met ondernemers die te maken hebben met voedselveiligheidseisen, extra parasols en luifels toe te staan, ondernemers met bederfelijke producten eerder te laten vertrekken indien de temperatuur boven de 30°C uitkomt, de markt zo nodig anders in te richten en hierover vooraf overleg te voeren met de ondernemers en de marktcommissie. Ondernemers die beschikken over voldoende koelvoorzieningen en veilig kunnen blijven werken, dienen juist de mogelijkheid te behouden hun werkzaamheden voort te zetten.
Ook in de praktijk bestaan diverse minder verstrekkende alternatieven voor een volledige afgelasting. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan:
- het vervroegd beëindigen van de markt, bijvoorbeeld om 14.00 uur in plaats van de reguliere eindtijd;
- ondernemers de mogelijkheid bieden zelf te bepalen tot welk tijdstip zij, gelet op hun eigen situatie en verantwoordelijkheid, op een veilige en verantwoorde wijze kunnen blijven staan;
- ondernemers met bederfelijke producten of zonder adequate koelvoorzieningen eerder toestemming geven de markt te verlaten;
- het toestaan van extra parasols, luifels of andere voorzieningen ter beperking van de hitte;
- het tijdelijk aanpassen van de marktindeling of het creëren van eenvoudige uitrijmogelijkheden voor ondernemers die eerder willen vertrekken.
Met dergelijke maatregelen kan enerzijds de veiligheid en gezondheid van ondernemers, medewerkers en bezoekers worden gewaarborgd, terwijl anderzijds wordt voorkomen dat ondernemers hun volledige omzet van die marktdag verliezen.
Daarnaast wijst de CVAH erop dat marktondernemers niet alleen verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen gezondheid, maar ook voor die van hun medewerkers. Bovendien rust op ondernemers, met name in de foodsector, een verantwoordelijkheid ten aanzien van de voedselveiligheid. Extreme temperaturen kunnen gevolgen hebben voor de kwaliteit, houdbaarheid en veiligheid van producten. Ook vanuit dat oogpunt is maatwerk noodzakelijk.
Voor de CVAH is op dit moment bovendien niet inzichtelijk:
- op basis van welke concrete feiten en objectieve omstandigheden is vastgesteld dat de markt niet veilig zou kunnen plaatsvinden;
- welke minder verstrekkende maatregelen zijn onderzocht alvorens tot afgelasting over te gaan;
- of overleg heeft plaatsgevonden met de marktcommissie en de betrokken ondernemers;
- waarom niet is gekozen voor een vervroegde beëindiging van de markt of andere minder belastende maatregelen;
- waarom ondernemers niet de ruimte krijgen om, afhankelijk van de aard van hun onderneming en de feitelijke omstandigheden, zelf te bepalen tot welk moment zij op verantwoorde wijze kunnen deelnemen aan de markt.
Gelet op de grote financiële en organisatorische gevolgen voor de ondernemers vertrouwd de CVAH erop dat de gemeente zorgvuldig zal beoordelen of een volledige afgelasting daadwerkelijk noodzakelijk is, of dat met passende en minder ingrijpende maatregelen hetzelfde doel kan worden bereikt.’